Bouwstop voor Rotterdams waterbedrijf na persoonlijkheidsrechtelijke claim door Wim Quist



Weer eens een zaak over het “morele” auteursrecht in de architectuur. Ze zijn dun gezaaid, maar als ze aan de orde zijn, zijn ze altijd wel goed voor nadere analyse. Het gaat nu om een zaak tussen oud rijksbouwmeester Wim Quist, niet de geringste onder de architecten, aan de ene kant en het Rotterdamse waterbedrijf Evides aan de andere kant. Inzet: de aanbouw van een nieuw gebouw door Evides naast het bouwwerk van Quist en met name de wijze waarop deze met elkaar verbonden worden.


Voorgeschiedenis

In 1977 heeft Wim Quist in opdracht van het toenmalige Drinkwaterbedrijf aan de voet van de Brieneroordbrug een totaalproject ontworpen van gebouwen en installaties, waaronder een spaarbekken, een pompstation, een filterinstallatie, een dienstengebouw en twee waterreservoirs. Dat geheel wordt verder ook wel "het Complex" of "het Ensemble" genoemd. Iets eerder had Quist ook al twee drinkwaterzuiveringsensembles ontworpen, een op de Berenplaat in 1965 en een op de Petrusplaat in 1974. Tussen deze drie Ensembles bestond volgens Quist een bijzonder onderling verband.


Wijzigingen

In de loop van de tijd is de omgeving van het Complex geïndustrialiseerd en de inrichting ervan gewijzigd. Zo is Evides kantoor gaan houden in het dienstengebouw (dat aanvankelijk fungeerde als laboratorium) en is er voor dat doel achter de filterinstallatie nog een gebouw bijgezet. Ook zijn er enkele parkeerterreinen bijgekomen en is er met het oog op de beveiliging een omheining geplaatst, deels in de vorm van beplanting.


Nieuw hoofdkantoor

In 2015 ontstaat bij Evides het plan om ten behoeve van een meer centrale huisvesting van het kantoorpersoneel een nieuw hoofdkantoor op het Complex te plaatsen. Zij schrijft daarvoor een aanbesteding uit, waar een ontwerp uitrolt van architectenbureau V8. Dat bureau krijgt de opdracht. Het ontwerp bestaat uit een driehoekig uit vier bouwlagen bestaan bouwwerk, gepositioneerd op de kop van het door Quist ontworpen dienstengebouw. Het ontwerp wordt – omdat het nog niet definitief is - aangeduid als “het Principeontwerp”. Het verbouwplan, inclusief enkele wijzigingen daarin, moet nog de goedkeuring krijgen van de gemeente. Evides heeft Wim Quist in juli 2020 van een en ander op de hoogte gesteld.


Morele rechten

Quist legde zich niet bij de plannen neer en stapte naar de (kortgeding) rechter. Hij vindt, dat Evides inbreuk maakt op zijn morele rechten zoals geregeld in artikel 25 van de Auteurswet (Aw) en vordert de stopzetting van de sloop- en bouwwerkzaamheden. Artikel 25 Aw houdt in, dat de maker van een werk zich kan verzetten tegen een wijziging in zijn werk, tenzij dat verzet onredelijk is. Ook kan de maker zich verzetten tegen een aantasting van zijn werk als daardoor zijn reputatie wordt aangetast.


“Zuivere” architectuur

Quist stelde zich in de procedure kwetsbaar op, door zich – zo lijkt het - vooral te beroepen op zijn auteursrecht op het Ensemble, dus het geheel van de bouwwerken en installaties. Zijn verzet richt hij - enigszins abstract - op de aantasting van “de zuivere architectuur” daarvan. Hij legt een wat filosofisch aandoende (niet echt juridische) link tussen de zuiverheid in zijn eigen werk enerzijds en het streven naar de zuiverheid van water door Evides anderzijds. Quist accepteert daarbij wel dat de huisvestingsstrategie van Evides wijzigingen in het dienstengebouw met zich mee kan brengen.


Auteursrecht op het Ensemble

De eerste vraag voor de rechter was of Quist wel auteursrecht had op het gehele Ensemble. Is dat niet het geval, dan zou de vraag of hij zich tegen een eventuele aantasting daarvan kon verzetten niet eens aan de orde zijn. De auteursrechtelijke aanspraak van Quist liep spaak op de redenering van de rechter dat, wil aan een werk auteursrecht toekomen, vereist is dat het een uitingsvorm heeft die voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd. “Een kernwaarde (de rechter doelt vermoedelijk op de door Quist gestelde “zuiverheid” in zijn werk), "stijl of visie" vormt geen werk. Hij wees de claim van Quist op deze grondslag dus af.


Zichtlijnen en inrichting

Ik ben het op dit punt niet met de rechter eens. Quist beroept zich op zijn auteursrecht op het Ensemble omdat hij niet alleen de gebouwen (waaronder het dienstengebouw) als zodanig heeft ontworpen, maar ook (concreet) de tussenliggende ruimte, bij voorbeeld door daaraan een vorm te geven door middel van bepaalde zichtlijnen en de algehele inrichting daarvan. Dat kan m.i. heel goed een voldoende nauwkeurige uitingsvorm opleveren om auteursrechtelijk beschermd te zijn. Later blijkt dat de rechter dit aspect, zonder dat hij daarmee het auteursrecht op het Ensemble expliciet erkent, toch laat meewegen. Neemt niet weg, dat in het vervolg als grondslag voor de claim van Quist alleen nog het auteursrecht op het dienstengebouw gold, terwijl hij juist had gezegd, dat hij wijziging daarin vanwege de huisvestingsstrategie van Evides zou accepteren.


Toetsing aan voorwaarden

Ondanks die vrijmoedige maar kennelijk niet doorslaggevende stellingname van Quist legt de rechter de voorgenomen verbouwing toch langs de lat van de in de wet geregelde en in de rechtspraak ontwikkelde voorwaarden. Was de verbouwing een aantasting van het dienstengebouw en was de reputatie van de architect daarbij in het geding? Bij die toetsing kwamen alle feiten en omstandigheden naar voren tegen het licht waarvan de aantastings- en reputatievraag moet worden beantwoord, zoals "de aard en de ernst van de aantasting", "de reden van de wijzigingen", "de mate van bekendheid van het dienstengebouw en van de architect", "de waarneembaarheid van het werk" en "de tijd tussen de voltooiing ervan en de gestelde aantasting". .

Waar bestond de aantasting uit?

Het gaat om twee wijzigingen aan het dienstengebouw, te weten het verwijderen van de zonwering en het aanbrengen van een aquaduct als verbinding tussen het dak van het dienstengebouw en het nieuw op de richten driehoekige gebouw. Het nieuwe gebouw zou parallel komen te staan aan de gevel van het dienstengebouw, waardoor de gevel in feite een binnenmuur zou worden. Het nieuwe gebouw moet er volgens Evides komen om de kantoormedewerkers daar centraal te huisvesten. De verbinding tussen beide gebouwen is bedacht met het oog op de functionaliteit in het gebruik door de medewerkers.


Geen reputatieschade

Voor wie zijn de wijzigingen zichtbaar? Zonder zichtbaarheid geen reputatieschade. Zichtbaarheid geldt maar voor een beperkt publiek. Vooral de eigen medewerkers zullen ze zien, maar die zullen via een informatiezuil over de historie van het gebouw worden geïnformeerd. Ander publiek, met name passanten langs de Brieneroordbrug, zal zich vanuit de auto of het OV nauwelijks een beeld kunnen vormen van het gebouw of daarover een mening kunnen vormen. Jammer dat Quist had gewezen op “prominenten uit de wereld van de architectuur” die op het verkeerde been gezet zouden kunnen worden door de wijzigingen. Door hun kennis en betrokkenheid bij de zaak is zijn reputatie bij deze groep volgens de rechter juist niet in het geding.


Bekendheid

Minder bekendheid betekent minder kans op reputatieschade. Over de bekendheid van Wim Quist en zijn werk wordt opgemerkt, dat Quist weliswaar bij het algemene publiek heel bekend is, maar dat dat - anders dan voor de iconische druppelvormige waterbassins die deel uitmaken van het Ensemble - niet geldt voor het dienstengebouw. Dat gebouw maakte al 40 jaar deel uit van het Complex en in die periode had Quist nooit bezwaar gemaakt tegen de vele veranderingen die het had ondergaan. Het publiek zal daarom de huidige veranderingen niet snel aan hem toedichten en het is om die reden dan ook onwaarschijnlijk dat zijn reputatie daardoor zou worden aangetast. Geen reputatieschade dus, zodat de voorwaarde voor deze persoonlijkheidsrechtelijke claim van Quist kwam te vervallen.


Aantasting door omstandigheden

Zoals gezegd kan de maker van een werk zich ook tegen een enkele verandering in zijn werk verzetten zonder dat daar reputatieschade aan te pas komt. Maar hij mag dat niet op onredelijke gronden doen. Dat was de laatste strohalm voor Quist. Was zijn verzet tegen de verbouwplannen redelijk? Hoewel Quist zich eerder enigszins toegeeflijk leek te hebben opgesteld tegen het aanbrengen van wijzigingen in het dienstengebouw, voor zover die noodzakelijk waren, kreeg hij hier toch een steuntje in de rug van de rechter. Die zei dat de nieuwbouw – een 17 meter hoog gebouw in driehoekvorm – door zijn plaatsing naast het dienstengebouw – de bestaande architectuur zou kunnen aantasten ondanks het feit dat die ingreep niet strikt een verandering in het dienstengebouw zelf was. Zo kon het aanbrengen van een aquaduct tussen beide gebouwen een aantasting opleveren, ook omdat de zichtbaarheid van de gevel daardoor beperkt werd en ook de zonwering het moest ontgelden.


Onnodige wijzigingen

De rechter vindt het verzet van Wim Quist daarom redelijk, te meer - volgens zijn redenering – omdat die wijzigingen niet - en zeker niet de wijziging van de verbinding tussen beide gebouwen - waren ingegeven door een wijziging van de functie van het dienstengebouw. Evides had misschien kunnen kiezen voor een andere minder ingrijpende oplossing. Ook sluit de rechter niet uit dat de plaatsing van het nieuwe bouwwerk storend kan werken op de onderling ruimtelijke verbanden, de zichtlijnen en de routering voor de gebruikers van de gebouwen. Hij laat dit aspect echter slechts “als omstandigheid” meewegen zonder daarmee met zoveel woorden het auteursrecht op het Ensemble te erkennen. In het eerste kan ik hem volgen, in het laatste niet.


Aanpassing niet bezwaarlijk

De redelijkheid van het verzet van Quist wordt ook gekleurd door het late tijdstip waarop de architect is geïnformeerd maar ook omdat tegemoetkomen aan de bezwaren van Quist niet echt bezwaarlijk voor haar zou zijn. Andere omstandigheden die bijdroegen aan de redelijkheid van het verzet van Quist waren, dat (1) het ontwerp nog niet definitief was, (2) Evides de visie van Quist van belang achtte voor het uiteindelijke ontwerp, (3) de investeringen van een aanpassing niet substantieel waren en (4) voor een verbinding tussen beide gebouwen een alternatieve oplossing mogelijk was.


Stopzetting sloop en verbouw

Al bij al een redelijk gunstige afloop voor Wim Quist die zijn vordering tot stopzetting van de sloop- en verbouwplannen - althans tijdelijk - ingewilligd ziet met een expliciet uitgesproken dwang voor Evides (met dwangsom van € 5000,- per dag) om in overleg met Quist tenminste een alternatief te bedenken voor het aquaduct. Dat neemt natuurlijk de gruwel (en ergernis) van Quist over het driehoekige gebouw als zodanig niet weg, maar zijn morele recht werd in beginsel deels erkend. Ik verwacht dat partijen wel tot een oplossing zullen komen. Maar mocht dat niet zo zijn en gaat Quist naar de bodemrechter, dan heeft hij zeker nog enige kaarten achter de hand om uit te spelen. Zo kan hij zijn auteursrecht op het Ensemble naar mijn mening wel degelijk hard maken en alsnog bij zijn claim betrekken.





Uitgelichte berichten
Recente berichten