Please reload

Recente berichten

Is natekenen Panini voetbalplaatjes inbreuk intellectuele eigendom?

March 6, 2019

1/10
Please reload

Uitgelichte berichten

Gemeente Amsterdam verliest zaak tegen kunstenaar om plaatsing kunstwerk

February 1, 2018

 

 

Het auteursrecht, hoewel wel mede inzet in deze zaak, hoefde er niet eens aan te pas te komen om de Gemeente Amsterdam te dwingen een kunstwerk te plaatsen, al zal dat een andere plaats krijgen dan de geplande plaats. Althans dat is de uitkomst van een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam op 30 januari jl. in hoger beroep.

 

Contractenrecht

Het contractenrecht volstond. Het ging om de vraag of een kunstwerk ‘WEstLAndWElls’, dat een kunstenaar in opdracht van de Gemeente Amsterdam voor een bepaalde locatie had gemaakt ondanks het verzet van de buurt daartegen geplaatst moest worden. Het kunstwerk bestond uit een installatie van betonnen blokken waarop bewegende beelden van water werden geprojecteerd.

 

Persoonlijkheidsrecht

In het auteursrecht kan de maker van een werk zich op grond van het persoonlijkheidsrecht verzetten tegen bijvoorbeeld de aantasting van zijn werk. Ook de verplichting tot uitvoering of openbaarmaking van een werk kan soms voortvloeien uit dat persoonlijkheidsrecht (of het morele recht) van de maker. Zo besliste de Hoge Raad in haar arrest van 1 juli 1985. Die betrof de zaak van een filmer (Frenkel) tegen een zendgemachtigde (de KRO). Tussen die partijen was overeengekomen,  dat Frenkel een voor uitzending geschikte documentaire zou maken.

 

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad bepaalde, dat deze overeenkomst naar zijn aard tot doel had dat de film daadwerkelijk zou worden uitgezonden en dat zo’n overeenkomst niet is uitgewerkt wanneer het product is afgeleverd en het honorarium betaald. En - voegde de HR daar aan toe - “De vrijheid die de zendgemachtigde zich heeft voorbehouden om te beslissen of uitzending al dan niet plaatsvindt gaat niet zo ver dat hij bij zijn beslissing de belangen en morele rechten van de auteur mag negeren”.

 

Afspraken

Jammer voor de juristen, die graag hadden gezien hoe deze toets van de Hoge Raad hier zou uitpakken. Fijn voor de kunstenaar, die ‘simpel’ won op de enkele grond, dat er afspraken waren gemaakt waar de Gemeente Amsterdam niet onderuit kon. Maar zo simpel was die strijd nu ook weer niet. De kort gedingrechter in eerste aanleg was het immers eerder niet met haar eens geweest. 

 

Structureel protest

Het werk was bedoeld voor een bepaalde plek. Dat kon worden opgemaakt uit delen van brieven die een omschrijving van de overeenkomst geven. Het werk was ook voor de betreffende locatie ontworpen en de benodigde vergunningen waren voor die omgeving verstrekt. Maar de buurt protesteerde. Dat protest was niet incidenteel, maar structureel.

 

Andere passende locatie

De vraag voor het Gerechtshof  was of de (bodem)rechter die uiteindelijk over de zaak zou moeten oordelen zou vinden, dat de Gemeente de belangen van de kunstenaar onvoldoende heeft gewogen en op die grond zou beslissen dat de Gemeente het kunstwerk  ondanks het protest toch op de afgesproken locatie moest plaatsen. Het Hof vindt dat onvoldoende zeker en wijst daarom dat deel van vordering af. Wel oordeelt het Hof, dat een redelijke uitleg van de overeenkomst met zich meebrengt dat het werk door de Gemeente op een andere passende locatie wordt geplaatst.

 

Dwangsom

Het Hof veroordeelt de Gemeente ‘al hetgeen te doen dat noodzakelijk is om plaatsing van het kunstwerk op een alternatieve locatie en op de kortst mogelijk termijn alsnog te realiseren op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 50.000 indien de Gemeente niet uiterlijk binnen twee jaar aan deze veroordeling heeft voldaan.’

 

Voorlopig karakter kort geding

Ik denk een uitkomst waar de kunstenaar niet ontevreden mee zal zijn. Opmerkelijk is wel dat de uitspraak niet strookt met het voorlopige karakter van een kort geding. Immers, er wordt een onomkeerbare uitspraak gedaan over de verplichting van de Gemeente om het kunstwerk te plaatsen. Dat blijkt expliciet ook uit het feit dat het Hof niet wil weten van slechts een inspanningsverbintenis, waar de Gemeente nog om vroeg, maar van een resultaatverbintenis. Mogelijk is de oorzaak dat partijen – zo blijkt uit het vonnis – lopende de procedure of zelfs pas ter zitting op een schikking aankoersten en dat de rechter een knoop heeft willen doorhakken.

 

copyright foto: maker onbekend

Please reload

Volg ons
Please reload

Archief
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square