Hema, Lacoste en de krokodil

Een zaak over inbreuk op een merk, waarbij weer eens duidelijk werd wat er allemaal “getoetst” moet worden (en in welke volgorde) voor vastgesteld kan worden of er sprake is van inbreuk op het merkenrecht.

Merk of decoratie

Een merk dient ter onderscheiding van de herkomst van een product of dienst.

Van merkinbreuk kan daarom alleen sprake zijn als een (potentieel inbreuk makend) teken ook als zodanig dienstdoet. Als een teken (dat gelijkenis vertoont met het merk van een ander) uitsluitend als versiering wordt gebruikt dan kan dat ook geen merkgebruik opleveren. En als er geen merkgebruik is, dan kan er ook geen sprake zijn van merkinbreuk.

Lacoste vs Hema

Dat was, kort gezegd, een van de hangijzers in de zaak tussen Hema en Lacoste over het gebruik van de bekende krokodil van Lacoste. Hema had afbeeldingen van krokodillen op kinderondergoed (een blauw hemdje en een grijs hesje) geplaatst. Zie de afbeeldingen. Een van haar stellingen, buiten vele andere, was dat zij dat mocht omdat het louter om decoratie zou gaan.

Wat denkt het “relevante” publiek?

Van louter decoratie kan geen sprake zijn, als er tussen het teken (de afbeelding van Hema) en het merk (van Lacoste) een zodanige gelijkenis bestaat dat het “relevante publiek” (mensen die kinderkleding kopen) kan denken dat de producten van een ander (Lacoste) afkomstig zijn of dat er tussen beiden (Hema en Lacoste) een bepaalde band bestaat. Hamvraag daarbij in de Lacoste/Hemazaak was ook welk oordeel daarbij geldt, dat van een publiek dat alleen bestaat uit de (groot)ouders als potentiële kopers van kinderondergoed (de stelling van Hema) of dat van het algemene publiek (stelling van Lacoste). Want dat zou wel eens het verschil kunnen maken.

Meer dan alleen decoratief

Het Gerechtshof dat die vraag in hoger beroep moest beantwoorden vindt het onderscheid niet belangrijk genoeg om daar relevante conclusies aan te verbinden. De kans op verwarring over de herkomst van het kinderondergoed is voor het publiek van (groot)ouders niet anders dan voor het algemene publiek. Het aandachtniveau voor deze relatief goedkope producten is immers mede door de beperkte gebruiksduur ervan, voor het specifieke ouderpubliek net zo beperkt als voor het gemiddelde algemene publiek. Het hof concludeert (mede aan de hand van door beide partijen overgelegde marktonderzoeken) dat het gebruik door Hema van de afbeeldingen van een krokodil in de ogen van het publiek niet slechts decoratief is, maar (mede) als merkgebruik moet worden gekwalificeerd. Die opvatting geldt niet alleen voor het (ouder)publiek dat deze producten koopt, maar ook voor het publiek dat de kleding (after sale) waarneemt.

Voorwaarden voor de mogelijkheid van verwarring

Nu merkgebruik vaststaat is de volgende vraag of er kans is op verwarring. Daarbij moet in dit geval worden gekeken naar de visuele en begripsmatige overeenkomsten. Van dergelijke overeenkomsten, zegt de rechter, is in vele opzichten sprake. Het hof constateert, dat het in beide gevallen gaat om een gestileerde actieve krokodil die vanuit hetzelfde zijaanzicht is afgebeeld met een (geopende) bek aan de rechterzijde. Beide krokodillen hebben witte driehoekige schubben. Het verweer van Hema dat haar krokodil kinderlijker is, rare voetjes heeft, ronde ogen op de kop en ronde tanden en een minder spitse bek heeft, doet daaraan niet af. Het totaalbeeld wordt overheerst door de onmiskenbare overeenkomsten.

Conclusie

Het Hof concludeert dat er sprake is van inbreuk en acht de verweren van Hema óf onjuist óf niet relevant. Zo is onjuist dat Hema uitsluitend kleding onder haar eigen merk zou verkopen. Lacoste gaf een groot aantal voorbeelden waaruit het tegendeel blijkt. Dat mensen vanwege het gebruik van de krokodil zouden kunnen denken dat Hema samenwerkt met Lacoste is ook heel goed mogelijk nu Hema wel vaker met derden samenwerkt ook op het gebied van kinderkleding.

De overwegingen van het Hof gelden in meerderheid voor beide producten van Hema, dus niet alleen voor het “blauwe hemdje” maar ook voor het “grijze hesje”, zodat het algehele eindoordeel is dat er sprake is van merkinbreuk waarbij Hema wordt verboden de betreffende kinderkleding aan te bieden en te verhandelen. Een bittere pil voor Hema, nadat het eerder bij de kortgedingrechter het gelijk aan haar kant had gekregen. Tegelijkertijd ook een les. Denk niet te snel dat het gebruik van een illustratie als decoratie is toegestaan als het tegelijkertijd te veel gelijkenis vertoond met het merk van een ander waardoor het daarmee verwarring kan veroorzaken.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square