top of page

Fotograaf wint auteursrechtzaak

Een fotograaf maakt in opdracht van het tijdschrift Folia Civitatis portretfoto’s van P. De fotograaf stuurt die foto’s later op verzoek van P. aan hem toe, met de mededeling dat deze alleen voor privé doeleinden gebruikt mogen worden. Voor ander gebruik moet eerst contact met hem worden opgenomen. P. gebruikt vervolgens ongevraagd twee van de foto’s voor een door hem onderhouden website. Pleegt hij daarmee inbreuk? Het lijkt een schot voor open doel.

Exploitatierecht en persoonlijkheidsrecht

De fotograaf stelt dat daarmee inbreuk werd gemaakt op zijn auteursrecht, niet alleen door de foto’s zonder zijn toestemming te gebruiken (het exploitatierecht), maar ook door dat te doen zonder vermelding van zijn naam en – nog sterker – met vermelding van een andere naam dan die van hem, namelijk van de onderneming van P. als rechthebbende (het persoonlijkheidsrecht).

Verweer

Het verweer van P. verloopt volgens het klassieke patroon. Eerst met de stelling dat de foto’s helemaal niet auteursrechtelijk beschermd zijn, omdat ze niet voldoen aan de eis van oorspronkelijkheid. Vervolgens met de stelling, dat P. de vrijheid had de foto’s te gebruiken omdat hij de geportretteerde was en een ‘verzilverbare populariteit’ genoot. Ook zouden de foto’s onvoldoende professionale kwaliteit hebben met een negatief effect op de auteursrechtelijke waarde van de foto’s.

Persoonlijke keuzes

Volgens de rechter hebben de foto’s een eigen en oorspronkelijk karakter en dragen zij het stempel van de maker vanwege de persoonlijke keuzes van de fotograaf m.b.t. brandpuntafstand, positionering van P., belichting, compositie, scherptediepte en kadering. Die hobbel was snel genomen.

Verzilverbare populariteit

Ook met het andere punt van P. - dat hij als geportretteerde met een verzilverbare populariteit de vrijheid zou hebben de foto’s te gebruiken – rekent de rechter af. Dat (portretrechtelijke) argument, als het al relevant zou zijn, doet niets af aan het auteursrecht van de fotograaf en zou eventueel slechts ‘inzetbaar’ zijn als de fotograaf de foto’s zou gebruiken voor eigen doeleinden. Het recht van de fotograaf om het gebruik van zijn foto’s te verbieden, wordt er in elk geval niet door beperkt.

Schadevergoeding

Opmerkelijk is de toewijzing van de volledige gevorderde schadevergoeding. De rechter gaat zonder enig commentaar mee met redenering van de fotograaf, dat uitgegaan moet worden van de tarieven van de Stichting Foto Anoniem en de voorwaarden van de Vereniging Dutch Photographers. Dat leidt tot een optelsom van vergoedingen. Een bedrag voor het gebruik van een foto op de homepage, voor het gebruik op de pagina een niveau lager, voor het ontbreken van vermelding van de naam van de fotograaf en voor het ten onrechte vermelden van de naam van de onderneming van P. als rechthebbende. Alles bij elkaar een bedrag van € 2.100,-. Ook de kosten van rechtsbijstand, bijna € 5000,- zijn geheel voor rekening van P.

Gebruikelijke vergoeding

Niet de populariteit van P. is met de uitkomst van deze zaak verzilverd, als wel het recht van de fotograaf, die terecht de zaak won. Het punt van de hoogte van de schadevergoeding is een discussiepunt. Je zou van de rechter verwachten, dat hij kritisch beoordeelt, of de fotograaf in zijn dagelijkse praktijk de tarieven hanteert op basis waarvan de schadevergoeding wordt bepaald. Ligt de vergoeding die hij hanteert lager dan de tarieven van de Stichting Foto Anoniem, dan zou een schadevergoeding wel eens flink lager kunnen uitpakken. Dat is een factor om rekening mee te houden als je een procedure start.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page